H. Nicolaas van Myra - Lange Nieuwstraat 5 (Sint-Nicolaasplaats)

Beeldhouwer onbekend, 1710, natuursteen, 120 cm — Beschermd monument 28 november 1985

  

2007-07-30 dscf6407 c96

Het hoofdambacht van de meerseniers <noot 1> bezat hier in het Ancien Régime een godshuis met bijhorende kapel, toegewijd aan hun patroon de H. Nicolaas, bisschop van Myra. Vandaag hoort dit patrimonium aan het Antwerpse OCMW, die er goed zorg voor draagt.
Op de pompzuil van de binnenplaats wordt de heilige zittend afgebeeld in bisschopsgewaad, met aan zijn rechtervoet een kuip met hierin drie naakte kindjes. Met zijn linkerhand toont hij een geopend boek dat rust op zijn linkerbeen, met de andere hand aait hij een naar hem opkijkend, smekend kindje. De kinderfiguren zijn, hoewel compact geplaatst, zeer overtuigend weergegeven in hun individuele expressie: de één aanporrend, de ander smekend en een derde die, met zijn arm over de kuip, de beschouwer aankijkt. De heilige wordt karaktervol uitgebeeld en zijn kleding is vlot en fraai gedecoreerd. Het is onbetwist werk van een meesterhand.


In zijn studie over deze corporatie publiceerde Edmond Geudens <noot 2> gegevens uit de rekeningboeken, waarin de actuele sculptuur voor 't eerst voorkomt in de periode 1707-1710. In 1709 werd de bornput van een pomp voorzien en een jaar later kwam bovenop de pijler een verguld Sint-Nicolaasbeeld. De naam van de beeldhouwer wordt niet vermeld, maar een toeschrijving aan Joannes Claudius De Cock (1667-1735), zoals die in het Hs1491 voorkomt, is niet onwaarschijnlijk.

 

In 1951 raakte het Sint-Nicolaasbeeld bij een aanrijding beschadigd, maar werd het jaar daarop door Leopold Van Esbroeck gerestaureerd.

 

 

Sint-Niklaas, over wie betrouwbare historische gegevens ontbreken, is door legendes (o.m. redder van drie kindjes uit een pekelton) uitgegroeid tot een vermaard volksheilige en voornamelijk bekend als de vrijgevige kindervriend.

2008-10-20 dscf3544 c96

 

• <noot 1> “Een der gepriviligeerde ambachten dat als hoofdambacht deel uitmaakte van de Brede Raad der stad Antwerpen. Het ambacht verenigde sedert het begin der 16de eeuw niet alleen de groothandelaars (cremers of kramers), maar ook andere beroepen die niet tot een andere bijzondere vereniging behoorden, onder meer kruideniers, drogisten, apothekers, huidevetters, hoedenmakers, kantverkopers, pasteibakkers, tingieters, vettewariers, zijdebewerkers.“ (‘Achter de gevels van het Etnografisch Museum. Archivalisch, bouwhistorisch en archeologisch onderzoek’, Antwerpen, 1989, p. 18).

• <noot 2> E. Geudens, ‘Het Hoofdambacht der Meerseniers (Liefdadigheid)’, 1904, p. 82. Gegevens hiervan werden benut door Thyssen in 1902 en 1922 (zie daar).

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 9r°] (“Een zeer kunstig zittend steenen beeld van den H. Niklaas door C. Decock”); Maagdenhuismuseum, inv. A.400 (Sint Niklaas)
  • Literatuur: Thyssen 1902, p. 333, 335; Thyssen 1922, p. 279-280; Lattin 1941, p. 9-13 (p. 10); Bouwen 3nb 1979, p. 246; Ruyssevelt 2001, p. 37-38; Philippot 2003, p. 994-995 (J.C. De Cock); Madonna 2010, p. 133, 135
  • Referentie: vkb1.0398

 

Zie ook de Madonna op deze binnenkoer en de reliëfs aan het portaal van de kapel