Calvariegroep (Christus, Maria, Johannes), Aaron en Melchisedech - Rodestraat 39 (Begijnhof, tuin)

Diverse beeldhouwers, Calvarie: 1815 (1822); 1980, cementmortel — Aaron, Melchisedech: Jan Baptist De Cuyper, ca. 1833, natuursteen geschilderd — Beschermd monument 24 februari 1975

2015-08-20 DSC 1281-1318 c96

foto WS, 2015

 

Deze calvarie werd op 3 mei 1822 ingehuldigd in de Begijnhoftuin met een uit 1815 daterend Christusbeeld van de hand van Jan Jozef Peeters (1804-1885). Mogelijk verving dit een verdwenen beeld van de hand van Alexander Van Papenhoven. Peeters wordt verder vernoemd als maker van de zijbeelden (Maria en Johannes).

Vandaag zien we hiervan niets meer. De actuele beelden zijn een uit 1980 daterende 'restauratie' in betonmortel, destijds vervaardigd op initiatief van de VTB (Vlaamse Toeristenbond) en ook door hen bekostigd.

 

De voor de calvarie geplaatste beelden van de Oud-Testamentische hogepriesters Aaron (links, met wierrookvat) en Melchisedech (rechts, met broden in zijn arm) zijn van Jan Baptist De Cuyper (1807-1852) uit ca. 1833. In 1835 werden ze bij het Sacramentsaltaar in het koor van de heropgebouwde Begijnhofkerk opgesteld; ze verhuisden naar de tuin in 1889. <1>

Beide zeer verweerde natuurstenen beelden werden in 2015 door Geneviève Hardy behandeld. Ze kregen opnieuw een beschermende verflaag en het ontbrekend wierookvat werd vernieuwd.

De restauratrice zorgde toen tevens voor de opvulling van een lacune in de linkerarm van het Christusbeeld.

 

<noot 1> Het atelier van Jan Baptist De Cuyper, een samenwerkingsverband met zijn jongere broer Pieter Jozef, vervaardigde nog andere beelden voor de begijnhofkerk. In de 'Lijst der voornaamste werken van Jan Baptist en Pieter Jozef De Cuyper' komen volgende werken nog voor: H. Alfonsus (1833), H. Franciscus van Sales (1833); 2 engelen voor het hoofdaltaar (1840); een "Onze-Lieve-Vrouwetroon met vliegende engelen" (1841), voor E.H. De Doncker, pastoor; H. Barbara (1849, lindenhout, 6 voet); H. Antonius van Padua (1852, voor E.H. Bollinckx, pastoor); Heilig Hart van Jezus (1865, 1 m); H. Begga (1869, 1 m, voor Juffer Van Geeteruyen). [Dilis 1924-1925, p. 362-387 (tabel)]

 

2009-05-18 dscf1981 c96

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 52r]
  • Iconografie: Brabant 1979, p. 46 (foto R. Devaux, Berchem, vermoedelijk jaren 1950); KIK, E022571 ('Gezicht op de tuin van het binnenhof' Jacques Hersleven, 1941)
  • Literatuur: Thyssen 1922, p. 255 (als Mozes en Aaron); Dilis 1924-1925, p. 363 (als Mozes en Aaron); Brabant 1979, p. 46-47; Olyslager 1990, p. 162-163, 166, 175; Ruyssevelt 2001, p. 78; Madonna 2010, p. 258
  • Nieuwsbrief Vrienden van de Antwerpse Madonna's: nr. 6, (2005), 1, p. 5; nr. 17 (2011), p. 20
  • Referentie: vkb1.0395 (Calvariegroep); vkb1.0392 (Aaron); vkb1.0393 (Melchisedech)

foto WS, 2009

 

Hieronder, foto's WS 2015

2015-07-11 dsc 1031 c96 2015-08-20 dsc 1305 c96

 

2015-07-11 dsc 1027 c96

 

2015-12-27 dsc 2862 c96 2015-10-06 dsc 2080 c96

Aaron (links, met wierookvat) en Melchisedech (rechts, met broden in zijn arm), foto's WS 2015

 

 

 

Citaten:

 

• 'Lijst der voornaamste werken van Jan Baptist en Pieter Jozef De Cuyper'
Jaartal: 1833
Onderwerp: 2 beelden: Mozes en Aaron
Materiaal en maat: Fransche steen, 2 m
Bestemming: Antwerpen, Begijnhof
Besteller - andere aanmerkingen: Voor het Tabernakel
[Dilis 1924-1925, p. 363 (tabel)]

 

• Het kruisbeeld met de beelden van Joannes en Maria staande op het Beggynhof in de Roode straat, zijn vervaardigt door Papenhoven. De beelden van Joannes en Maria zijn gemaekt door Peeters J.B. Paardenmerkt te Antwerpen. [Hs1491, f° 52r]

 

• Roodestraat. - 355-362. Begijnhof. - 1. De Begijnen werden uit hun verblijf verjaagd in den Franschen tijd. Reeds in 1810 mochten zij wederkeeren en in 1814 hernamen zij het geestelijk habijt.
Op 3 mei 1822, feest der H. Kruisvinding, herplantten zij in hunnen hof het kruis van den Calvarieberg, hetwelk geschiedde met groote plecht, onder het zingen van het 'Vexilla Regis'.
De beelden van Moyzes en Aaron, die weerszijden van het voormalig altaar in de kerk van het Begijnhof stonden, werden in 1889 den Calvarieberg toegevoegd. [Thyssen (1922), p. 255].

 

• [...] het restant van een, jammer genoeg, troosteloos gehavende Calvarieberg, die op 3 mei 1822 werd opgericht. [...]. Daarbij staan nog enkele beelden: Aäron, de eerste hogepriester, getooid met het feestelijk ambtsgewaad, met schouderkleed ("efod") en diadeem, dragend het wierookvat, en Melchisedek, "koning van Salem en priester van God de Allerhoogste", met de broden en de wijn die hij offerde bij zijn ontmoeting met Abraham (Gen. XIV, 17-24). De beelden zijn van J.B. De Cuyper (1807-1852); zij werden anno 1835 geplaatst op het Sacramentsaltaar in het hoogkoor van de heropgebouwde kerk.
(Aäron en Melchisedek waren mannen uit de heilsgeschiedenis van het Oude Testament, "die God welgevallig waren" (Judith VIII, 23); zij worden geëerd als voorafbeeldingen van Christus, de eeuwige hogepriester "naar de orde van Melchisedek" (Hebr. V, VII, 1-27).) [Brabant (1979), p. 46-47]

 

• 1822 - 3 mei, feestdag van de h. Kruisvinding: de begijnen, opnieuw in het bezit van hun hof, plaatsen plechtig, tot gedachtenis van die heuglijke gebeurtenis, een calvariekruis in de tuin onder het zingen van de Vexilla Regis en de litanie van de Passie. Ze hebben zelf een zware kruisweg achter de rug! [Olyslager (1990), p. 162-163]

•1980 - Restauratie van de calvarieberg van 1822, met steun van de Vlaamse Toeristenbond. [Olyslager (1990), p. 175]

• Tussen 1827 en 1830 herbouwt pastoor Delzenne de kerk, de derde die de begijnen in de Rodestraat kennen. … De eerste bemeubeling van de herbouwde kerk … Voor het hoogaltaar stonden de beelden van Aäron en Melchisedek van de hand van J.B. De Cuyper (1807-1852), beelden die thans staan te verweren in de tuin voor de calvarieberg. » [Olyslager (1990), p. 166]

 

• (HET BEGIJNHOF) 46. CALVARIE
In de tuin zelf, op een kunstmatig heuveltje.
Kruis met Christuscorpus (H 180, 1815), links O.-L.-Vrouw (H ca. 160) en rechts de H. Johannes (H ca. 170), beide door Jan-Baptiste Peeters (geen sign. zichtbaar). Op 3 mei 1822 werd het nieuwe kruis in de tuin ingehuldigd. In het gras, voor de calvarie, twee hogepriesters in steen, levensgroot; links Aaron (H 195), het wierookvat is verdwenen, het borstschild met de twaalf stenen, de drie gewaden over elkaar; rechts Melchisedech (H 190), met broden in zijn arm, een wijnkruik aan de voet. De twee laatste beelden (ca. 1834) zijn door Jean-Baptiste de Cuyper gemaakt. Zij zijn afkomstig uit de kerk en werden hier in 1889 geplaatst. Zij verkeren in een zeer vervallen toestand. Dezelfde beeldhouwer heeft in samenwerking met zijn broer nog meerdere heiligenbeelden in het Begijnhof op zijn naam.

Lit. Thyssen 1922, p. 255 (Melchisedech wordt als 'Mozes' vermeld); Dilis 1925, p. 358; Bouw 3nb 1979, p. 430-432. [Ruyssevelt 2001, p. 78, nr. 46].

 

Hieronder, begijntjes bij de nu verdwenen calvarie van 1822
foto R. Devaux, Berchem, vermoedelijk jaren 1950 (en detail),
in: Brabant (1979), p. 46

brabant-begijnhof-1979 p64 c96 brabant-begijnhof-1979 p64 961