Calvariegroep - Driehespenstraat (gevel Vleeshuis)

Cornelis Van Dael (Christus 1741, Maria 1758, Johannes 1761); L. Van Ryssegem, 1987, epoxymortel — Beschermd monument 2 september 1976
2005-05-06 IMG 3668 c96

De voorstelling van de stervende Christus aan het kruis in aanwezigheid van zijn moeder en de apostel Johannes werd vroeger doorgaans aangebracht op een brug of een kerkhof. De verlichting bij het kruis zorgde voor wat meer veiligheid bij valavond en in de duisternis.

Het kruis met houten Christuscorpus werd oorspronkelijk in 1741 in de Zakstraat aangebracht, tegen de Burchtgracht op de zogenaamde Zakbrug. In 1758 en 1761 werd het vervolledigd met natuurstenen beelden. Eerst met de figuren van Maria en Johannes, nadien met twee knielende engelen (nu verdwenen).

 

Na een beschadiging aan het kruis tijdens de beschieting van de stad in 1830 plaatste men de beeldengroep in 1833 tegen de muur van het Vleeshuis, op de zogenaamde 'Bloedberg'. De Calvarie werd meermaals onteerd. Daarvan getuigt een niet bewaard gebleven chronogram uit 1833: 'Goede Jezus, spaar de bespotters; ze weten niet wat ze doen' (naar Jezus' woorden bij zijn kruisiging, Luc. 23:34).

 

De sterk beschadigde calvarie werd in 1976 ondergebracht in het Museum Vleeshuis. Het zou nog tot 1987 duren alvorens de kopies in epoxymortel werden opgesteld.

 

Archief en literatuur:

 

2009-10-12 dscf7914 c96

 2009-10-12 dscf7915 c96

 
 
Calvariegroepen afkomstig van een vroegere brug:

Andere calvariegroepen:

 

 

 

Teksten:

  • In de Sakstraet onder het kruijs en het Christi beeld aldaer tegens de Borgtgragt ten jaere 1741 gestelt van steen, gemaekt door den beeldhouwer C. Van Dael en verschillende door de gebueren en andere weldoeners bekostigt, staet, te weten onder het kruijs:

Effigiem Christi
dum transis
pronus honora 

JesU
CruX
MunDo
Laeta
LUX

1741

Sed non Effigiem
sed quem
Designat adora 

Het beeld van de H. Maria is ten jaere 1758 en hetgeene van den H. Joannes is a_o 1761 gemaekt en weerzijds het gemeld kruijs gesteld, zijn benevens de engelen en ciraeden seer schoon gemaekt door den voors_e beeldhouwer C. Van Dael. [Kronijk 6 (1797-1798), p. 89-90].

 

  • 4. Het Kruisbeeld, met de beelden van Joannes en Maria, welke vroeger op de Burgt gracht stonden en thans tegen den muur van het Vleesh huis boven den Bloedberg geplaatst zijn, zijn het werk van C. Van dael 1761 zoo als men op het voetstuk nog leest  [Hs1491, f° 50v°]

 

  • Onze-Lieve-Vrouweparochie (bestaande beelden)
    Bloedberg. - 50. Kruisbeeld. - Tegen de muren van het oude Vleeschhuis eindigt de Burchtgracht met eene zeer schilderachtige hoogte, welke tot eenen grooten Calvarieberg geleidt, die aldaar omtrent het midden der XVIIIde eeuw opgericht werd. Het statige kruis met zijn aandoenlijk Christusbeeld, de H. Maagd, de H. Joannes en de twee engeltjes, die het doek van Veronica, de kolom der geeseling en de doornenkroon in handen dragen, zijn alle het werk van Cornelis Van Dael, en werden opvolgenlijk gebeiteld in 1741, 1758 en 1761. (133: 1)

Onder het kruis las men eertijds de volgende opschriften, die den voorbijganger aanspoorden, om Jezus, het Licht der wereld, te aanbidden:

“Effigiem Christi / dum transis / pronus honora”
“JesU / CrUX / MUnDo / Laeta / LUX”
“sed non effigiem / sed quem / designat adora”

Ter vereering en verzorging van dien Calvarieberg, die door de milddadigheid der geburen opgericht werd, was een genootschap tot. stand gekomen. In 1770 ontstond er oneenigheid onder deszelfs leden.
Op het Stedelijk Archief bewaart men eenen bundel stukken over een proces, in 1770 ingespannen door de confreers der zoogezegde Confrerie van het H. Kruis, op de Burchtgracht, tegen zekeren Joannes Inckels of Hinckels; deze in hoedanigheid van aftredenden opperdeken op opperprefect, weigerde rekening te geven over de ontvangsten en uitgaven, die onder zijn bestuur gedaan waren. (134: 1) Men was een jaar deken of prefect, het volgende, opperdeken of opperprefect; dit ambt verviel einde Juli. De verweerder in zijne repliek loochende die weigering en verklaarde, dat hij in de onmogelijkheid was rekening te doen, aangezien de boeken en papieren opgesloten waren in eene kist, staande in de gewone vergaderkamer, kist waarvan de aanklagers den sleutel in bezit hadden; kortheidshalve zegde hij, dat dit proces eene ware ‘vexatie’ was. Of er een vonnis geveld werd is onbekend. Blijkens een rekwest waren de aanklagers:
1° Jacobus Van Rijn, 2° Joannes Van den Brande, 3° Josephus Baelen, 4° Cornelis Bal, 5° Juchters, 6° Joannes Spoors, 7° Anthoni Grens, 8° Arnold Gilbert.
Ter zijde geplaatst tijdens de Omwenteling, werd het kruis hersteld weinige jaren daarna. In 1830, kwam een kanonbal der Hollandsche vloot op het kruisbeeld terecht; drie jaar daarna werd die beschadiging door J.B. Van Hool hersteld.
Eene heiligschendende spotternij werd ten opzichte van ‘t kruisbeeld gepleegd in 1833. Dit feit werd herinnerd door de volgende jaarschriften geplaatst weerszijden onder de beeltenissen van O. L. Vrouw en van den H. Joannes, doch nu ongelukkig onder eene dikke laag verf verdwenen:

“S / MARIA // PIe / JesU / parCe / rIso / rIbUs”
“S / JOANNES // Non / enIM / SCIUnt / qUID / faCI / Unt”

    • 133[1] Volgens de kronijk van Van der Straelen.
    • 134(1) Voor onderhoud en licht aan het kruis en voor het jaarlijksch eetmaal, dit laatste gedekt door de breuken of boeten.