Onze-Lieve-Vrouw met Kind - Dries 2, Leguit

Cornelis De Smet — Beschermd monument van 17-07-1981 tot heden
2008-07-09 dscf9779 c96

Als 18de-eeuws beeld was dit type Madonna als 'Middelares' een voor Antwerpen een eerder zeldzame voorstelling: Maria stak de handen uitnodigend uit naar de voorbijgangers, een duidelijk voorbeeld van Maria Middelares. Over haar schouder heen keek ze naar haar Kind (anderen beweren 'een engeltje'), dat aan haar zijde stond en haar liefdevol bewonderde.
Enig was de wolkenconsole met haar schattige engelenhoofdjes.

Helaas werd dit werk van beeldhouwer Cornelis De Smet (1742-1815) al voor 1976 verminkt: het Kind verloor toen zijn hoofd. Bij een brand van het pand (tussen 1982 en 1990) werd het verder vernield. De Mariafiguur is afgenomen en bewaard in een stedelijke opslagplaats, het zwaar overschilderde beeldhouwwerk vraagt degelijk herstel.

 

Andere Antwerpse gevelbeelden van dit type met vrijstaand Jezuskind zijn:

2008-07-09 dscf9781 c961

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 5v°]
  • Iconografie: Dienst Erfgoed, Vlaamse Gemeenschap (M&L), foto april 1976; Archief Voor Kruis en Beeld, ongedateerd (voor 1976)
  • Literatuur: Thyssen 1902: 280; Thyssen 1922: 238; Bouwen 3na (1976): 15, 208; Schepens 1981: 190-192
  • Referentie: vkb1.0018

Boven: foto van de Madonna op de hoek Dries 2, Leguit, zoals gepubliceerd in 'Bouwen...' 3NA, 1976 (opname april 1976)

 

Hieronder: de bewaard gebleven Mariafiguur van de beeldengroep in een stedelijk depot (foto WS, 2008)

 

2008-08-26 dscf1128 c96

 

2008-08-26 dscf1084 c96

 

Teksten:

 

  • Leguit straat. Een zeer fraei O.L.Vrouwen beeld. Het gods kind staat ter rechterzijde nevens zijne heilige moeder tot wien het lachend zijne tedere handjes uitstrekt. Met schoonen troon en goed engelen voetstuk. Is vervaardigt door C. Smet. [Hs1491, f° 5v°]

 

  • Driesch en Leguit. – 222. O.L.Vrouw: Cornelius De Smet beitelde deze H. Maagd. [Thyssen 1902: 280]

 

  • Driesch en Leguitstraat. – 294. O.L.Vrouw. – De beeldhouwer Corn. De Smet heeft daar iets buiten het gewone voorgesteld. Op eenen sokkel, verfraaid door eene menigte engelenhoofdjes, ziet men de H. Maagd, welke den schepter, die zij in de rechter hand houdt, rusten laat met het uiteinde op de rechter knie, terwijl een engeltje, dat aan de zijde van Gods Moeder staat, deze liefdevol aanschouwt. [Thyssen 1922: 238]

 

  • (Dries) Nr. 2. Gedecapeerde lijstgevel met oude kern. Op de hoek, barokke beeldengroep met staande *Madonna met Kind (beschadigd) op rijke sokkel met engelenhoofdjes. Beeldhouwer is Cornelis De Smet (1742-1815). Beschermd door brede ronde luifel (fig. 121) (32). [bouwen-3na-1976,  p. 15]. – (Leguit) Nr. 20. * Onze-Lieve-Vrouwebeeld op hoekpenant (fig. 121), zie Dries nr. 2 (32). [bouwen-3na-1976, p. 208],

 

  • DEERLIJK VERMINKT – De madonna op de hoek Dries nummer 2 - Leguit nummer 20, is van oudere datum. Ze werd gebeeldhouwd door de uit Dendermonde afkomstige Cornelius De Smet (1742-1815). Van deze Cornelius De Smet kunnen nog beelden bewonderd worden in de katedraal, o.m. de vier evangelisten op het koor. Hij werd in 1780 bijgevoegd bij beeldhouwer Alex-Frans Schobbens (1720-1781), die o.m. het vermaarde en mirakuleus beeldje maakte van Sint-Jozef, dat in 1868 bij de Spaanse teresianen op de Rosier werd geplaatst.

    Het prachtige beeld van Cornelius De Smet is opgenomen op de lijst van de voor bescherming vatbare monumenten, vastgelegd, bij M.B. van 16 augustus 1980. Een beetje aandacht en bescherming kan deze beeltenis inderdaad best gebruiken, want ze is deerlijk gehavend. Nochtans een voor Antwerpen unieke voorstelling. Maria steekt de handen uitnodigend uit naar de passanten: de beschermvrouwe van Gods bonte schepselenschare. Een duidelijk voorbeeld van Maria Middelares. Over haar schouder heen kijkt Maria naar een engeltje, dat aan haar zijde staat en haar volgens het getuigenis van Augustin Thyssen liefdevol aanschouwde. Helaas is dat engeltje in een nog vrij recent verleden zijn hoofd kwijtgespeeld. Enig is de grote sokkel, die met zowat tien engelenhoofdjes is gesierd. Allemaal zeer fijne gezichtjes, die na verloop van meer dan twee eeuwen nog niets van hun expressiviteit verloren hebben. Ongetwijfeld wel de meest schattige sokkel van heel de Scheldestad. De ronde luifel - net een ouwerwetse paraplu - is alleen maar funktioneel. Estetisch niet.

    In « Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen » (Ministerie van Nederlandse Kultuur, 3NA) bedenken de auteurs dit beeld zeer terecht met de opmerking  « Bescherming gewenst ». Ze vergissen zich echter waarschijnlijk, wanneer ze het hebben over het figuurtje naast Maria. Volgens hen is dat Jezus. Volgens Thyssen en Amand de Lattin werd hier door Cornelius De Smet een bewonderend engeltje uitgebeeld. Dat laatste lijkt wel de meest aannemelijke interpretatie te zijn, gezien de houding van Onze Lieve Vrouw. Al weet je natuurlijk nooit.

    We zegden het reeds: het achttiende-eeuwse beeld op de hoek Dries-Leguit is deerlijk verminkt. Niet alleen verloor het engeltje naast Onze Lieve Vrouw zijn hoofd. Fotomateriaal uit de jaren vijftig leert, dat ook de zinnebeeldige duif en stralenkrans achter Maria verdwenen, samen met de S-vormige lichtarm en lantaarn. [Schepens 1981: 190-192].