Onze-Lieve-Vrouw, Bedrukte Moeder [verdwenen] - Toog (Paardenmarkt, ts. 36 en 38)

 Van Geel, Jan Frans (1756-1830), terracotta
 

Een ‘Bedrukte Moeder’ of 'Onze-Lieve-Vrouw van de zeven Weeën' in terracotta door Jan-Frans Van Geel, verhuisde mogelijk van de in 1857 afgebroken Sint-Eligiuskapel naar het aanpalende Sint-Eligiusgodshuis (Toog).
Na de sloop van de laatste godshuiswoningen in de Toog, eind jaren 1970, is het beeldhouwwerk aan de Sint-Jacobskerk overgedragen. Daar werd het in jaren 1980 bij een ongeval onopzettelijk vernield.
Mogelijk betrof het een 19de eeuwse kopie van een ouder beeld [mondelinge info van E.H. De Jong, oud-pastoor, aan WS, 2006].

 

Een afbeelding van dit beeldhouwwerk is niet gekend.

 

Teksten:

 

• Toogstraat. Klyn O. L. Vrouw bedrukte moeder, met troon en effen voetstuk. Onderaan prijkt een klyn seraphijnen hoofdje. In gebakken steen door Joan_(nes) Van Geel. Dit beeld staat ten einde der straat. [Hs1491, f° 9r°].

 

• Sint-Jacobsparochie(bestaande beelden)
Toog. - 202. O. L. Vrouw: Vóór 1451, werd ingericht het Sint-Eligiusgodshuis waar eenige oude smeders hunnen intrek namen. De deken van het ambacht vroeg aan Paus Niklaas V de toelating, om nevens het godshuis eene kapel te bouwen, die in 1462 gewijd werd door den deken van het kapittel van O. L. Vrouwe. Zij was gelegen op den hoek van den Toog en de Peerdenmarkt, en werd afgebroken in 1857; op hare plaats werd het huis nr 32 gebouwd.
Het O. L. Vrouwebeeld van den Toog, schijnt uit het godshuis voort te komen. Het is een gekleed beeld van O. L. Vrouw der VII Weeën.
In St Eligiuskapel is het mirakuleus beeld van O. L. Vrouw van Sint Willebrordus bewaard en vereerd geweest, na den brand dezer kerk, tot dat hetzelfde naar de Keizerskapel overgebracht werd.
[Thyssen 1902, p. 270-271]

 

• Sint-Jacobsparochie(bestaande beelden)
Toog. - 168. O. L. Vrouw. - Voor 1451, werd ingericht het St-Eligiusgodshuis, waar eenige oude smeders hunnen intrek namen. De deken van het ambacht vroeg aan Paus Niklaas V de toelating, om nevens het godshuis eene kapel te bouwen, die in 1462 gewijd werd door den deken van het kapittel van O. L. Vrouwe. Zij was gelegen op den hoek van den Toog en de Paardenmarkt, en werd afgebroken in 1857; op hare plaats werd het huis n. 32 gebouwd. De O. L. Vrouw van den Toog schijnt uit het godshuis voort te komen. Het is een beeld van O. L. Vrouw der VII Weeën, eertijds gekleed en staande in eene glazen kas.
In St-Eligiuskapel is het mirakuleus beeld van O. L. Vrouw van St-Willibrordus bewaard en vereerd geweest, na den brand dezer kerk, tot dat het naar de Keizerskapel overgebracht werd..
[Thyssen 1902, p. 205]

 

• TOOG (voorheen Tooggang, Toogstraat)
2e wijk
Aan de Paardenmarkt

Aan de zuidzijde van de Paardenmarkt, tussen de nrs. 36 en 38, is er een diepe gang die ca. 1940 officieel Toog werd geheten. Tot dan toe heette het er Toogstraat. De wijkboeken spreken van een 'Toochganck'. In 1842 stonden hier negenentwintig woningen. De weinige huisjes die nu nog overblijven zijn de laatste resten van wat hier in de 15de eeuw door het Ambacht van de Smeden als St.-Eligiusgodshuis werd opgericht: een groot aantal kleine woningen ten behoeve van de oude en noodlijdende leden van het ambacht. Noord-westelijk van dit godshuis werd in 1462 de St.-Eligius- of Loykapel gebouwd. Het godshuis dat ook als 'godshuys van Franchoys Verdelft' wordt vermeld, werd in 1796 afgeschaft. De kapel werd in 1857 gesloopt.
Kennelijk waren er destijds tussen de Vekestraat en de Varkensmarkt een vrij groot aantal togen bij een even groot aantal stallen. In een akte van 19 januari 1442 is er b.v. spraak van 'drie stallen met de togen ten behoeve van het ambacht van de smeden'. De te koop gestelde "paarden" werden er "getoogd (= getoond)" aan de kandidaten-kopers. Hoe de Toog in de buurt van de Korte Brilstraat er uit zag en wat hij in het raam van de paardenmarkten te betekenen had, weten we niet. Er bestond minstens één "officiële toog of toonbank voor de aangifte van de" te koop gestelde "paarden" en de financiële verrichtingen die hiermee gepaard gingen. Hier werd ook van overheidswege de opening van de jaarmarkt afgekondigd. [Weghe 1977, p. 468]

 

• [...] en de Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, die de Toog aan de Paardenmarkt sierde. Van die Toog blijft nu na recente slopingswerken niet veel meer over. De Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën belandde in de Sint-Jacobskerk en wacht daar op restauratie. Vermoedelijk blijft dit precieuze beeld voortaan in de kerk. Precieus inderdaad, want nog tot in 1857 sierde deze madonna het verdwenen Sint-Eligiusgodshuis, dat het ambacht der smeden ten behoeve van zijn bejaarde leden bouwde in 1462 op de hoek van de Toog en de Paardenmarkt. [Schepens 1981, p. 207]

 

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 9r°]
  • Thyssen 1902, p. 270-271; Thyssen 1922, p. 205; Weghe 1977, p. 468; Schepens 1981, p. 207; Goovaerts 1981, p. 32
  • Amand De Lattin, "De Paardenmarkt: De kapel en het godshuis van St. Eloy", 'Evoluties van het Antwerpsche stadsbeeld. Geschiedkundige kronijken', 2, Antwerpen, 1941, p. 173-178
  • Referentie: vkb1.0159