Onze-Lieve-Vrouw met Kind [verdwenen] - Grote Goddaard, Wolstraat ('de Rogblomme')

 1675 (?) - Mogelijk niet herplaatst in 1814
 

In 1797-1798, op de valreep van het Ancien Régime, wordt door kroniekschrijver Van der Straelen een chronogram genoteerd dat onder een Madonna op de hoek van de Grote Goddaard en Wolstraat moet gehangen hebben. De tekst herinnert het jaartal 1675, vermoedelijk dat van de plaatsing van de Moeder Gods. Als de auteur dit noteert is het beeld nog aanwezig.

In een akte uit 1750, geciteerd door Thyssen (1902 en 1922) zonder referentie, wordt ingegaan op het branden van licht in de lantaarn voor dit gevelbeeld.

Deze auteur vermoedde dat de Madonna in 1830 verdween, bij het slopen van het hoekhuis; zou ze dan herplaatst zijn na de Franse periode? Er is geen aanwijzing hiervoor.

 

 

 

Archief en literatuur:

  • Literatuur: Kronijk 6 (1797-1798), p. 90; Thyssen 1902, p. 325; Thyssen 1922, p. 271
  • Referentie: vkb1.1209

 

 

 

   

Teksten:

  • Onder het beeld van O. L. Vr. op den hoek van den grooten Gordaert en de Wolstraet staet. (1)
    Spieghel Der / reChtVeerDIgheYt / heLpt UWe / DIenaers (1675)

(1) Van de Chynsen op dit hoekhuijs hier te melden. [Kronijk 6 (1797-1798), p. 90]

 


 

  • Sint-Carolusparochie (verdwenen beelden)
    Wolstraat en Goddaert (groote). - 311. O.L.Vrouw:
    Op het hoekhuis, genaamd 'de Rogblomme', zag men eertijds een beeld der Moeder Gods, zoo het blijkt uit eenen goedenisbrief aan Ludovicus Engels en Anna Katharina Docqui, zijne huisvrouw, op 17 November 1750 afgeleverd. In dien schepenakt wordt er vastgesteld, dat voornoemde personen eenige sommen gelds bestemmen:
    “Eerst tot het becostigen oft koopen van keirssen van tweelf oft derthien in het pond weedraed duecaff alle daegen eeuwelijck duerende als t' loff t'onser LieveVrouwe alhier opluyden zal, eene keirsse sal moeten ontsteken worden, en tot den eynde toe uytbranden in de Lanteirne hangende voor het Beeld van Onse Lieve Vrouwe, staende voor desen voonhuyse, Item tot betaling van vier guldens, die d'inwoonders van desen huyse sullen genieten voor hunne moeijte van alle avonden de voorm. keirsse te ontsteken en brandende te houden, Item tot onderhoudt en reparatie van t' voorm. Beldt en Lanteirne.”
    Ten jare 1830 werd het hoekhuis afgebroken en waarschijnlijk verdween dan ook het O. L. Vrouwebeeld. [Thyssen 1902, p. 325]

 


 

  • Sint-Carolusparochie (verdwenen beelden)
    Wolstraat en Goddaert (Groote). - 407. O. L. Vrouw. - Op het hoekhuis, genaamd 'de Rogblomme', zag men eertijds een beeld der Moeder Gods, zoo het blijkt uit eenen goedenisbrief van Ludovicus Engels en Anna Catharina Docqui, zijne huisvrouw, op 17 November 1750 afgeleverd, waarin vastgesteld wordt dat voornoemde personen eenige sommen gelds bestemmen:

    “Eerst tot het becostigen oft koopen van keirssen van tweelf oft derthien in het pond weedraed duecaff alle daegen eeuwelijck duerende als t' loff t'onser Lieve Vrouwe alhier opluyden zal, eene keirsse sal moeten ontsteken worden, en tot den eynde toe uytbranden in de Lanteirne hangende voor het Beeld van Onse Lieve Vrouwe, staende voor desen voonhuyse. Item tot betaling van vier guldens, die d'inwoonders van desen huyse sullen genieten voor hunne moeijte van alle avonden de voorm. keirsse te ontsteken en brandende te houden. Item tot onderhoudt en reparatie van t' voorm. Beldt en Lanteirne.”

    Ten jare 1830 werd het hoekhuis afgebroken en waarschijnlijk verdween dan ook het O. L. Vrouwebeeld. [Thyssen 1922, p. 271]