Onze-Lieve-Vrouw met Kind [verdwenen] - Huidevettersstraat, Lange en Korte Gasthuisstraat (Driehoek)

 

2010-08-01 DSCF7752 c961

 

Hierboven, de waterput van de Driehoek, een detail uit het zicht op Antwerpen door Bononiensis, ca. 1565. De enige eigentijdse afbeelding van deze put. - MPM/PK, foto WS 2010

Voor drinkwatervoorziening was men in het verleden aangewezen op put- of regenwater dat via een waterput met een emmer kon opgehaald worden. In de 18de eeuw zijn in Antwerpen al deze 'bornputten' (openbaar of privé) haast allemaal gemoderniseerd: de put werd toegedekt en er kwam een pompsysteem in de plaats van de ophaalemmer.

Eén waterput ontsnapte aanvankelijk aan deze modernisering omdat hij zo fraai was, deze van de Driehoek. Die was in 1542 in natuursteen opgetrokken en oogde als een renaissance-monumentje, met zuilen, koepeldak en beeldhouwwerk. Bovenop de koepel bevond zich een Madonna, lager aan elk van de drie lantaarns aan de dakrand was er nog een figuurtje.

De put van de Driehoek kon evenwel niet aan de tand des tijds ontsnappen. Zo werd het beeldhouwwerk regelmatig vernieuwd, verdwenen de kleine figuren en kwam er tenslotte toch een pomp aan te pas.
In 1782 brak men de constructie af en verplaatste men de waterpomp naar een gevel op de hoek van de Korte Gasthuisstraat (en Huidevetterstraat). Het madonnabeeld verhuisde mee naar deze nieuwe locatie en werd bovenop de pomppijler geplaatst.

 

Dat beeld zal de Franse periode wel niet hebben overleefd, in de opsommingen van in 1814-1815 herplaatste beelden komt het niet voor. In de 19de en vroege 20ste eeuw is er op de hoek van de Korte Gasthuisstraat en Huidevettersstraat — mogelijk op de plaats van de verdwenen waterpomp — wel een ander madonnabeeldje te zien. Een klein geschilderd gipsen beeldje gegoten door Corrieri, die tevens handelaar in zulke 'postuurkes' was.

 

De waterput van de Driehoek zou nog wel in de herinnering blijven voortleven in de wijk 'Oud-Antwerpen' op de Wereldtentoonstelling van 1894. Men reconstrueerde toen deze put in min of meer getrouwe vorm. Bovenop de koepel troonde een zittende Madonna en bij het lantaarnlicht bracht men figuurtjes aan van de drie goddelijke deugden.

Het Nachleben duurde nadien nog voort. Bouwfirma Merckx-Verellen zorgde na de Wereldtentoonstelling voor een heroprichting ervan in duurzaam materiaal in de wijk Buitenland van Bornem. Daar verschenen onder meer ook een kopie van de verdwenen Kipdorppoort en een van het Reuzenhuis uit de Antwerpse Mattenstraat. Vele van deze bouwwerken verdwenen inmiddels, de waterput is er niet meer te vinden.
Merckx-Verellen (uit de Rodestraat) zou eveneens de neogotische aanpassing van het Antwerpse Begijnhof realiseren (omstreeks 1900) en in 1907 een reconstructie van het Steen optrekken aan de Garonne, dit voor de 'Exposition Maritime de Bordeaux'.

 

 

 

 

 

 

Archief en literatuur:

  • Archief: SAA, Tresorij, T 1226, Stadswerken 17de-18de eeuw, rekening van 1690; SAA, Stadsrekeningen, 1720, f° 400v°; Hs1491, f° 12r°
  • Iconografie: Museum Plantin Moretus, 'Antwerpen in vogelvlucht' door Bononiensis (ca. 1565); Tekening door F. Van Kuyck in Max Rooses, "Oud-Antwerpen", Brussel, 1894
  • Literatuur: Kronijk 1 (1770-1785), p. 126; Thyssen 1902, p. 93-95, 193; Thyssen 1922, p. 85-87, 163; Madonna 2002, p. 113-114
  • Referentie: vkb1.0017

 

 

Boven (detail) en hieronder: lijntekening door Frans Van Kuyck, in Max Rooses, "Oud-Antwerpen", Brussel, 1894

 

 

 

0017 1894waterput 96

Vrije reconstrueerde n.o.v. Frans Van Kuyck van de waterput van de 'Driehoek' op de Wereldtentoonstelling van 1894 in de Borzestraat van de wijk Oud-Antwerpen. - Detail uit een fotomechanische druk (collotypie) door Jos. Maes "Au vieil Anvers - Rue de la Bourse"

 

Teksten:

  • Den 21 der selve maend October [1782 - WS] wird den drijhoek, staende over de Lange Gasthuysstraet, ontrent de Korte- en Huydevettersstraeten, afgebroken met de pompe, en den borneput toegeleijd met eene steen. Het hadde eertijds sonder twijfel eenen borneput geweest, want den haek, daer de katrol aengehangen heeft, sag men nog in 't welfsel. Dit gebouw was verciert met drij pilaeren waerop eene cornisse was, en hooger het beeld van O. L. Vrouwe, waervoor dagelijks alle avonden drij lanteernen branden, welk beeld, benevens den gemelden drijhoek, ten tijd der processien, schoon verciert was. Als nu is er eene nieuwe pompe gestelt, tegens den muer der huysinge van Sr Hubens, M_r Pingieter [sic - WS; meester tingieter?], op den hoek der Korte Gasthuysstraet tegenover de Lange Gasthuysstraet, boven welke pompe het voors_e beeld is gesteld en waer voore des avonds ligt word gebrand in twee lantaernen. [Kronijk 1 (1770-1785), p. 126

 


 
  • Onze-Lieve-Vrouweparochie (verdwenen beelden)
    Drijhoek. - 3. Pomp met O. L. Vrouwebeeld. - Als men eenen oogslag werpt op het schoone plan der stad Antwerpen, in 1565 opgemaakt door Virgilius van Bolonje, zal men ras opmerken, dat er te dien tijde een zeer groot getal openbare waterputten, in de voornaamste straten en op al de plaatsen onzer stad te vinden waren. Deze putten waren meestendeels overdekt met eene kevie, en voorzien van katrol en koord, om den emmer neder te laten en op te halen.
    Onze Vlaamsche kunstenaren besteedden al hun vernuft aan de versiering van die putkeviën; men hoeft enkel den vermaarden put van Quinten Matsijs te aanschouwen, om over hun kunstvol talent te oordeelen.
    Op den Drijhoek, dat is op het punt waar de Lange- en Korte Gasthuisstraat met de Huidevettersstraat vereenigen, bevond zich, volgens Papebrochius, sinds het jaar 1542, een waterput, bekroond met een fraai koepelvormig portiek, waarvan men het trouw afbeeldsel heeft kunnen bewonderen in de wijk Oud-Antwerpen, tijdens onze laatste Wereldtentoonstelling. Op voorgemeld plan, hangende in het Museum Plantijn, vindt men ook denzelfde tamelijk wel afgeteekend.
    Dit schoon steenen baldakijn, in herboren stijl opgevat, bestond uit eenen verheven driehoekigen randsteen, waarop zich drie Toskaansche zuilen verhieven, onderschragende eenen ronden koepel; hierop stond een klein rondvormig portiek, gevormd door zes kleine pilaren en een kroonwerk, op zijne beurt bekroond met de zittende beeltenis van de H. Maagd met het Kindje Jezus. Aan de drie zijden bevonden zich eveneens drie O. L. Vrouwebeeldjes en, vóór ieder van hen, een arm met een lantaarnlicht.
    In de stadsrekening 1635-36, folio 270 verso, wordt zulks bevestigd: 'Jan Veldener, 18 pond artois' "ter saken van het maken van eenen nyeuwen term aen den Bornput in den Dryhoeck, ende het vermaken vande dry enghels ende wapens, ende de Mariebeelden van plaester, soo hem tselve alles is aenbesteedt," enz. Eene nota op den bladrand luidt, dat zulke onkosten voortaan door de wijken moeten gedragen, worden.
    Tijdens de toepassing van het pompstelsel werden al de waterputten toegelegd en vervangen door schoon bewerkte steenen zuilen, Waartegen pompen ingericht werden en waarop men heiligenbeelden plaatste, zooals wij het menigmaal in onze verhandelingen zullen bestatigen. Om zijne kunstwaarde, mocht de waterput van den Drijhoek aan dien algemeenen maatregel ontsnappen, en in den tijd, waarin Papebrochius schreef, (hij stierf in 1714), pronkte men nog met dit schoon kunststuk, waarop nochtans het middenbeeld alleen behouden was.
    In het begin van September 1776, wanneer Antwerpen de plechtige intrede vierde van Z.H. Jac. Thomas Wellens, zijnen 19n bisschop, (1) werd het putbaldakijn versierd met het volgend jaarschrift: CoeLUM Vere eXaUDIt preCes.
    Dit schoone monument werd in 1785 afgebroken; waarschijnlijk in vervanging kregen dan de geburen de arduinen pomp, die oudere lezers nog gekend hebben, tegen een der huizen, in den draai, gevormd door de Korte Gasthuis- en Huidevettersstraat.
    Onze achtbare stadgenoot, de heer V. Merckx-Verellen, heeft het goede gedacht gehad het afbeeldsel, dat in de Tentoonstelling van 1894 stond, over te brengen in de kleine wijk Oud-Antwerpen, welke hij opgericht heeft te Bornhem, in het gehucht "Buytenland." Nauwkeurigheidshalve moeten wij melden, dat er de drie kleine O. L. Vrouwebeeldjes vervangen zijn, door de afbeelding der drie goddelijke deugden.
    (1) Wij volgen de rangschikking, aangenomen door Lod. Torfs, Nieuwe Geschiedenis van Antwerpen, 1862-66; 2e deel, bladz. 387. [Thyssen 1922, p. 85-87]

 

  • Onze-Lieve-Vrouweparochie (bestaande beelden)
    Huidevettersstraat. - 73. - Recht over de Lange Gasthuisstraat, ziet men, tegen een huis, een zeer oud beeldje der H. Moeder Gods.
    Het stond vroeger op den hoek der Huidevetters- en Korte Gasthuisstraat. Misschien komt deze beeltenis voort van de vroegere pomp van den Driehoek, waarvan wij reeds vroeger spraken. [Thyssen 1922, p. 163]

Een nota in het Hs1491, de enige die deze locatie betreft, luidt: "Huidevettersstraat en Gasthuisstraat. Een klyn geschilderd plaasteren L. V. beeld. Gegoten door Corrieri. Plaaster postuurverkooper." [Hs1491, f° 12r°].

 

 

  • In mei [1690 - WS] herstelde beeldhouwer Albertus Xavery het Mariabeeld en de andere versieringen op de waterput van de Driehoek gelegen tussen de Huidevettersstraat en de Lange Gasthuisstraat. [SAA, Tresorij, T 1226, Stadswerken 17de-18de eeuw, rekening van 1690].
    [Madonna 2002, p. 113 (Claire Baisier)]
  • De waterput van de Driehoek, opgericht in 1542 door de gebuurte ter ere van Maria en afgebroken in 1795, is nog wel bekend dankzij een reconstructie op de wereldtentoonstelling van 1894. De reconstructie was bekroond met een driehoekig portiek in renaissancestijl waarop een koepel met de drie goddelijke deugden en een prieeltje bekroond door een zittende Madonna met Kind.  Omwille van zijn kunstwaarde overleefde deze waterput de afschaffing van de putten in de stad. De put werd in 1720 nog eens hersteld door een bekende beeldhouwer, Alexander van Papenhoven (1668-1759). [SAA, Stadsrekeningen, 1720, f° 400v].
    [Madonna 2002, p. 113-114 (Claire Baisier)]