Onze-Lieve-Vrouw met Kind - Augustijnenstraat, Nationalestraat 46 (Gazet van Antwerpen)

 De Boeck en Van Wint (atelier), 1891 — bewaard in een depot van Monumentenzorg Stad Antwerpen

De gevel van de 'Gazet van Antwerpen' hoek Nationale- en Augustijnenstraat (anno 1930)

De gevel van de 'Gazet van Antwerpen' hoek Nationale- en Augustijnenstraat (anno 1930)

OLVK-HH t2 thHet bestuur van Gazet van Antwerpen hield eraan om aan de gevel van het toenmalige kantoorgebouw aan de Nationalestraat, aan de kant van de Augustijnenstraat, in 1891 een madonnabeeld te plaatsen. Bij de verhuis van de krant in 1989 naar de Katwilgweg op Sint-Anna (Linkeroever), werd het piëteitsvol meegenomen. Op de koer van de nieuwe gebouwen kwam het op een sokkel te staan. Bij het verlaten van de gebouwen aan de Katwilgweg zocht men tevergeefs naar een herbestemming in de omgeving van de eerste locatie. Tenslotte is er met de dienst Monumentenzorg van de stad overeengekomen dat zij het beeldhouwwerk in depot zouden nemen (2012-2013).

 

Piet Schepens, madonnaboekauteur en journalist bij Gazet van Antwerpen, noemt dit beeld een 'Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand en Victorie'. Waarschijnlijk kreeg het beeld deze titel verwijzend naar de devotie in Sint-Andrieskerk. De voorstelling heeft wel alle kenmerken van een Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart (van Jezus). De Moeder wijst minzaam naar het (hart van) het Kindje dat met open armpjes iedereen wil omvatten. Zowel Maria als het Jezuskind droegen een opzetkroon.

 

De sculptuur werd geleverd door De Boeck en Van Wint (1826-1902 en 1829-1906) en komt op talloze plaatsen in het Antwerpse voor; soms gekapt, soms gegoten in kunststeen. Wie tekende voor het originele ontwerp is ongeweten.

 

 

 

 

 

 

 

Archief en literatuur:

  • Iconografie: KIK, M066387; Dia's T. Darimont, ongedateerd (archief Voor Kruis en Beeld); Schepens 1981, p. 54
  • Literatuur: Thyssen 1902, p. 225; Thyssen 1922, p. 221; Schepens 1981, p. 55
  • Nieuwsbrief Vrienden van de Antwerpse Madonna's: nr. 19 (2012), p. 27
  • Krantenknipsel: 'Op Mariawandel in de Mei. Mariabeeld Augustijnenstraat', Gazet van Antwerpen, ca. 1950
  • Extra literatuur: Theo Aerts, 'O.-L.-Vrouw van het H. Hart: Theologische verschuivingen en iconografische variaties'. z.pl., 1999, p. 27.
  • Referentie: vkb1.0210

 

Hierboven: het beeld in de gevelnis van de Gazet van Antwerpen aan de Augustijenenstraat;
hieronder, na de verhuis van de krant bij de gebouwen aan de Katwilgweg - Dia's T. Darimont, ongedateerd

Madonna Katwilgweg, dia Tony Darimont (archief VKB)

 

 

Teksten:

  • Sint-Andriesparochie (bestaande beelden)
    Augustijnenstraat. - 115. O.L.Vrouw: Op de gebouwen der 'Gazet van Antwerpen' werd gezet in 1891, de beeltenis van 'O.L.Vrouw van Bijstand' door de H.H. De Boeck en Van Wint gebeiteld.. [Thyssen 1902, p. 225]

 


 

  • Sint-Andriesparochie (bestaande beelden)
    Augustijnstraat. - 218. O. L. Vrouw. - Op de bureelen der Gazet van Antwerpen stelde men, in 1891, de beeltenis van O. L. Vrouw van Bijstand, door de heeren De Boeck en Van Wint gebeiteld. Uitmuntend gedacht van degenen, die toen pas het volksgezind dagblad hadden gesticht. Moge Gods Moeder steeds hun apostolaat zegenen. [Thyssen 1922, p. 221]

 


 

  • [...]. In andere gevallen toont Maria de kleine Jezus. Dat laatste zien we bij ons voorbeeld voor dit type: O. L. Vrouw van Bijstand en Victorie op de hoek Augustijnenstraat - Nationalestraat (eigenlijk al een eindje in de Augustijnenstraat). De knappe nis met schelpbekroning, het kunstig voetstuk met reliëfversiering en de prachtige lantaarn, waarin steeds een lichtje brandt, verdienen extra melding. Een knap onderhouden madonna.
    Het beeld, een werk van De Boeck en Van Wint, werd er in 1891 geplaatst op wat wij nu het 'moederhuis' van onze krant noemen. Augustin Thyssen had er in zijn 'Antwerpen vermaard door de eredienst van Maria' enkele lijnen voor over: "Het beeld op de burelen der Gazet van Antwerpen is een uitmuntend gedacht van diegenen, die toen pas het volksgezind dagblad hadden gesticht. Moge Gods Moeder steeds hun apostolaat zegenen." [Schepens 1981, p. 55].