Onze-Lieve-Vrouw [verdwenen] - Palingbrug (doorgang Vleeshuis aan Repenstraat)

 

foto E. Fierlants (1860), detail

Boven: foto E. Fierlants (1860), detail
Onder: foto G. Hermans (ca. 1900), detail

foto G. Hermans (ca. 1900), detail

Boven en hieronder: ongedateerde prentbriefkaart, 'Anvers. Détail de la vieille boucherie, rue des Crabes (sic - WS)'

 'Anvers. Détail de la vieille boucherie, rue des Crabes (sic - WS)', G. Hermans, nr. 199

Boven de doorgang onder het Vleeshuis, aan de zijde van de Repenstraat, hing tot ruim in de 20ste eeuw een Onze-Lieve-Vrouwebeeld. Verwar dit beeld niet met de Madonna die boven de andere kant van de doorgang - aan de Burchtgracht - nabij de Calvarie hing.

 

De oudste iconografische bron, een foto uit 1860 door Edmond Fierlants, toont een witgeschilderd beeld van Onze-Lieve-Vrouw (rechtopstaand en zonder Kind) geflankeerd door twee op de muur aangebrachte engeltjes die attributen aanreiken.

Het engeltje aan haar linkerarm biedt, met de rechterhand, een met een kruisje getopt hart aan; het attribuut van het andere engeltje is onduidelijk (verdwenen?).

Het Lieve-Vrouwebeeld rust op een strakke, onversierde hoekige console, zonder tekstinvulling. Ze wordt beschut door een luifel in golvende dakvorm; die draagt een kruis in top en bezit vooraan een lambrekijnrand waaraan vijf kwasten hangen. Onder de luifel loopt een effen geschilderd (lichtblauw) gevelveld door tot aan de boog van de doorgang. Onder de console, als devotie- en straatverlichting is een decoratieve lantaarn te zien, bovenaan voorzien van een Mariamonogram.
Dit is ook de situatie afgebeeld op het ongedateerde schilderij 'Het oude Vleeshuis in Antwerpen' door Piet Verhaert (1852-1908) (KMSKA, inv. 1169; verworven in 1890) dat Thyssen (zie hieronder) aanhaalt.

 

Omstreeks 1900 - zoals te zien op tal van prentbriefkaarten (met veelal de foutieve straatnaam 'rue des Crabes / Krabbenstraat) - is het lievevrouwebeeld voorzien van een eenvoudige puntluifel met getande rand. De engeltjes zijn dan verdwenen.

 

Amand De Lattin haalt in alle edities van 'Doorheen Oud Antwerpen', d.i. tussen 1933 en 1955, het beeld van de Repenstraat aan. Een verdwijnen ervan wordt niet gesignaleerd, dat is een beetje ongeloofwaardig. Maar hoe en wanneer het beeld verdween is ongeweten.

 

Omdat aan beide zijden van deze doorgang een Onze-Lieve-Vrouwebeeld hing raken de beschrijvingen ervan met elkaar verknoopt.

De oudste bron, de 'Kronijk' van Van der Straelen beschrijft het beeld niet, maar wel de opschriften (chronograms) die onder of aan de beelden waren te lezen. Hij is expliciet "Onder het Vleeschhuijs boven den Deurgang onder het Lieve Vrouwe beeld, langs de Borgtgracht." en haalt dan de jaartallen 1692, 1790, 1775, 1710 en 1771 aan. Hij heeft het dus over het beeld aan de andere zijde, de kant van de Burchtgracht. De plaatsing van dit beeld, de voorgangster van de 'Onze-Lieve-Vrouw van Victorie' toegeschreven aan Kerricx, zou volgens deze auteur een gevolg zijn van de aardbeving in 1692 en origineel een Onze-Lieve-Vrouw van Smarten (van zeven weeën) geweest zijn.

 

Thyssen koppelt deze chronograms aan het beeld aan de zijde van de Palingbrug en verwijst naar de 'Graf- en Gedenkschriften' ter staving. Primo, in deze tekst wordt geen straatnaam vermeld; secundo meer dan waarschijnlijk is ook Van der Straelen hiervan de uiteindelijke bron.

 

Hoe dan ook, vandaag valt er uit alle tegenstrijdigheden niets met zekerheid meer op te maken. Het is wachten op andere gegevens, misschien duikt er ergens nog wel eens archiefmateriaal op ter ontraadseling.
Tot slot, het anonieme 'Hs1491', te dateren in de periode 1868-1886, vermeld J. Van Es als beeldhouwer. Over hem zijn geen gegevens bekend en in het handschrift worden geen andere beelden op zijn naam gezet. - (WS, 5/07/2015)

 

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 8r°]
  • Iconografie: Foto: Edmond Fierlants (1860), 'Het Vleeshuis vanuit de Palingbrug, met doorgang naar de Burchtgracht', albuminedruk, 39,5 × 27,3 cm, verz. Ronny Van de Velde – Gereproduceerd in: Herman Van Goethem, 'Fotografie en realisme in de 19de eeuw: Antwerpen: de oudste foto's, 1847-1880', Antwerpen, 1999, p. 184. — Exemplaar in SAA, opvraagbaar via Sepiatown
  • Iconografie: ongedateerde prentbriefkaart, 'Anvers. Détail de la vieille boucherie, rue des Crabes (sic - WS)', G. Hermans, nr. 199 - verz. WS
  • Literatuur: Kronijk 6 (1797-1798), p. 91; Graf- en Gedenkschriften, 8, Stad Antwerpen, (1856), p. 52; Thyssen 1902, p. 205; Thyssen 1922, p. 174-175; Lattin 1933, p. 42; Lattin 1936, p. 55; Lattin 1948, p. 56; Lattin 1955, p. 64; Schepens 1981, p. 163, 165
  • Referentie: vkb1.0519

 

 

 

Hieronder: foto E. Fierlants (1860)

 

"'Graf- en Gedenkschrift'. Antw. 2e reeks, 1856, bl. 52"

 

Teksten:

  • Aan den achterkant van deze poort (de doorgang onder het Vleeshuis – WS) – in de Reepenstraat – ontmoet men een L.V. beeld met een engeltje aan weerskanten, zonder troon en effen voetstuk, vervaardigd door J. Van Es. [Hs1491, 8r°]

 


 

  • Onze-Lieve-Vrouweparochie (bestaande beelden)

Palingbrug. 97. O. L. Vrouw. - Het beeldje van O. L. Vrouw der VII Weeën, dat boven den doorgang van het Vleeschhuis staat, is zeer oud; het dagteekent van 1692 en heeft eenen merkwaardigen oorsprong.

De beenhouwers waren vereenigd in hun ambachtshuis, toen er eene aardbeving, waarvan L. Torfs spreekt in zijn: ‘Fastes des calamités publiques’, het huis kwam schudden. Ieder wilde vluchten, doch een beenhouwer sprak tot de vergadering: “Blijft gerust, beloven wij een beeld te laten plaatsen ter eere van O. L. Vrouw der VII Weeën met dagelijksch licht, en er zal ons geen kwaad overkomen.” Inderdaad, het huis bleef ongedeerd en op 18 September 1692 werd de belofte volbracht, zoo het verdwenen opschrift getuigde:

 

“Onse LIeVe Vrouwe Van
bYstanDt In De aertbeVInghe
Is hIer opgereCht Den
18 September 1692”.

 

Het beeld der Palingbrug werd ten jare 1700 vernieuwd en met verscheidene geschilderde sieraden opgesmukt, zoo Van der Straelen in zijne ‘Kronijk’ aanteekent.
Over jaren waren er aangebracht nevens de H. Maagd twee engelenhoofden; getuige daarvan de schilderij van P. Verhaert (1852) in ons Museum. Boven op de lantaarn ziet men een hart met zwaarden doorstoken. Nu zijn ongelukkig onder eene zware laag verf verdwenen drie jaarschriften, die voor ons van onbekende, alhoewel belangrijke feiten getuigen:


“MarIa
aenzIet Den
opreChten
IVer en VLYt
Van aLLent
gebUert”. (1775)

 

“MoeDer Van
goet sUCCes”. (1710) (174: 1)

 

"DeVs ConserVet
habItacVLVM". (1761) (175: 2)

 

    • 174(1) Deze aanroeping werd zeker ingegeven door de nabijheid der Burchtkerk, waar O. L. Vrouw van Goed Succés vereerd werd. Zie: ‘De Kapel en de Broederschap van O. L. Vr. van Goed Succès...’  door A. Thyssen, onderp. in St-Antonius, 1920.
    • 175(2) 'Graf- en Gedenkschrift'. Antw. 2e reeks, 1856, bl. 52.

[Thyssen 1922, p. 174-175]

 


 

  • Aan de kant van de Palingbrug werd door de beenhouwers in 1692 een Onze Lieve Vrouw van Zeven Weeën geplaatst. Daarmede losten ze een gedane belofte in. Eind van de 17de eeuw kreeg Antwerpen een kleine aardschok te verwerken. In zijn 'Fastes et calamités publiques' maakt L. Torfs daar melding van. De beenhouwers, die op dat moment in hun Vleeshuis aanwezig waren, wilden buitenvluchten, maar een van hen stelde voor een Mariabeeld tegen het Vleeshuis te plaatsen. Dan zou er immers geen kwaad gebeuren. De beenhouwers kwamen heelhuids uit hun gemeenschappelijke 'atelier' en op 18 september 1692 werd dan ook het beeld geplaatst. Van der Straelen en Thyssen maken er nog melding van. Het moet dus pas in deze eeuw verdwenen zijn. [Schepens 1981, p. 163, 165]