Calvariegroep (Christus, Maria, Johannes) - Rodestraat 12 (kloostertuin)

Hout (Christuscorpus), terracotta (Maria, Johannes) - In depot Voor Kruis en Beeld (herbestembaar)

1410 adl-oud-1936 p205 c96

Boven: de opstelling van de calvarie op een foto uit de eerste decennia van de 20ste eeuw ("Roodestraat, kloostertuin", in: Lattin 1936, p. 205)

 

In het depot van Voor Kruis en Beeld bevinden zich tal van beelden die de vereniging ontving uit een depot van de Stad Antwerpen met het doel ze te herbestemmen.
Drie ervan vormen de verdwenen Calvariegroep uit de kloostertuin van de 'Dochters van het Heilig en Onbevlekt Hart van Maria' aan de Rodestraat 12. <noot 1> Die verdween bij de sloop van het gebouw omstreeks 1969.

 
Deze Calvarie is in feite een onbekende in de Antwerpse beeldenproductie, een lot dat hij deelt met tal van andere in tuinen opgesteld beeldhouwwerk. Bovendien is zijn locatie verwarrend: het klooster bediende de voormalige bejaardeninstelling aan de Paardenmarkt 92, waardoor ook naar dit adres wordt verwezen bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK).

 
Verdere documentatie omtrent de beelden ontbreekt maar misschien bestaat er een verband met Jan-Baptist De Cuyper én de Calvarie van het Begijnhof aan de Rodestraat. De Cuyper, die zijn atelier in de Rodestraat had, leverde andere beelden aan het klooster. De kloosterkapel bezat onder meer de ontwerpen voor de apostelbeelden van de Antwerpse Sint-Jacobskerk (actuele bewaarplaats onbekend), verder een Madonna die in de kloostergang hing (nu in depot bij VKB) en tenslotte een grote Madonna die mogelijk het ontwerp was van de zogenaamde 'Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen' met een marmeruitvoering (1846) voor de jezuïetenkerk van de Posteernestraat in Gent (in 1957 werd het beeld overgebracht naar het Gentse Sint-Barbaracollege).

 
Een visuele vergelijking tussen het Christuscorpus van de Calvarie van het Begijnhof en het in depot bewaarde stuk uit de kloostertuin, doet vermoeden dat hier een verwantschap bestaat. Het zou kunnen dat de stenen versie van het Begijnhof teruggaat op de houten versie. Misschien is dat houten corpus dus het originele beeld van het Begijnhof. Wie weet?

 

 

Hierboven: het houten corpus uit de kloostertuin in depot bij VKB - Hieronder: de Christus van de Calvarie in het Begijnhof van de Rodestraat - Foto's WS

[© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché B088099]

Hierboven, het Christusbeeld uit de kloostertuin, in situ, in 1945
© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché B088099

 

  • <noot 1> Deze congregatie wordt - omwille van haar lange benaming - veelal verkort en/of verbasterd. Ik vond 'Geestelijke Gemeente van het heilig en onbevlekt Hart van Maria', 'Zusters van het H. Hart van Maria', 'Dochters van het Heilig en Onbevlekt Hart van Maria' en 'Dochters van het Onbevlekt Hart van Maria'. Omwille van de relatie met het bejaardenhuis aan de Paardenmarkt 92 heet Amand De Lattin ze (onterecht) 'Zusters der Christelijke Liefdadigheid'.
   
2001-10-05 IMG 0829 cb96

2001-10-05 IMG 0826 cb96

b088100 c96 b088101 c96
© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché B088100 © KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché B088101
 

 

Archief en literatuur:

  • Iconografie: Lattin 1936, p. 205; KIK, anno 1945: B088099 Christus, B088100 Maria, B088101 Johannes + KIK anno 1971: M072075 (Chrisus), M072077 (Maria), M072076 (Johannes)
  • Literatuur: Thyssen 1922, p. 256 (niets over de calvarie); Lattin 1936, p. 160, 205; Lattin 1948, p. 158, 205-206; Lattin 1955, p. 183
  • Aanvullende literatuur: Ooms 2000 — Karel Ooms, "Het huis van de Maatschappij van Christelijke Liefdadigheid, Juffrouw Loos en het verdwenen klooster aan de Rodestraat", 'Oridagalm. Tweemaandelijks ledenblad van het Orida genootschap vzw, Vrienden van Antwerpen', 13e, nr. 6 (nov-dec 2000), p. 3-11, 14-18 (geen vermelding van de calvarie)
  • Aanvullende literatuur: Beschermcomité O.L.Vrouw van Vlaanderen, 'Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen. Dubbeljubileum 9 mei 2010', Gent, 2010
  • Referentie: vkb1.1410

 

 

 

Rodestraat 12, vml. klooster

Hierboven: de kloostergevel aan de Rodestraat 12 - Prentbriefkaart, verz. WS

Hieronder: het actuele universiteitsgebouw (uit 1974) op de plaats van het vml. klooster - Foto WS 2009

Rodestraat, UA campusgebouw

 

Teksten:

  • Sint-Antoniusparochie (bestaande beelden)
    Roodestraat. - 363. - Op den gevel van het klooster der Zusters van het H. Hart van Maria, gesticht in 1833 door juffrouw Loos, ziet men, in halfverheven beeldwerk, het heilig Hart der Moeder Gods. Rondom leest men: "Coeur de Marie, intercédez pour nous". [Thyssen 1922, p. 256]

 


 

  • Roodestraat) Oude gevels (2e reeks)
    nr 12 – klooster – zuiver klassieke gevel met, in halfverheven beeldhouwwerk, het Heilig Hart der Moeder Gods.
    Hier achter ligt een tuin, overblijfsel van het klooster der Annonciaden [zie: Paardenmarkt, blz. 160]. [Lattin 1936, p. 205]

 

  • (Paardenmarkt) Merkwaardige gebouwen
    nr 92 – Gesticht voor Oude Vrouwen - gevel Renaissance, hersteld.
    Feitelijk bevinden we ons hier voor een groot kompleks, dat zich uitstrekt tusschen de Paardenmarkt en Roodestraat (…). Dit kompleks is samengesteld uit het gesticht (ingang Paardenmarkt) en een vrouwenklooster (ingang Roodestraat). (…). De stichting dagteekent van 1824/25. Zij herbergt gebrekkelijke of zieke oude vrouwen. De verzorging dier vrouwen geschiedt door de Zusters der Christelijke Liefdadigheid, een Antwerpse orde, gesticht door Mejuffer Loos, (…). Hun klooster der Roodestraat dagtekent van 1846. (…). Achter het gesticht komt men in een tuin, van waaruit men een zeer schilderachtig zicht heeft op de achtergebouwen van het Kauwenstraatje, op den achterkant der Protestantsche kerk van de Lange Winkelstraat en op de overblijfselen van het Annonciadenklooster. Ten einde dezen tuin staat de kapel, gebouwd rond 1840 en zonder belang. Zij bevat vijf maketten van de Apostelbeelden van Cuypers, opgericht in de St Jacobskerk. Op een gedeelte dezer tuin bevond zich vroeger de begraafplaats van het voormalige Annonciadenklooster. Er is, buiten de kapel, nog een grot van O. L. V. van Lourdes opgericht en een stemmige Calvarieberg, in den geest van degene die wij in de stad aantreffen. Een tweede tuin leidt naar de pastorij van de Roodestraat. Daar was eertijds de bleekhof van het klooster der Roodestraat. Een grootsch 18_d-eeuwsch O. L. V beeld vult er een kapel in de diepte (…).
    [Lattin 1936, p. 159-160]

 


 

  • In 1841 wordt een bleekhof aangekocht, noordelijk palend aan de hovingen van het voormalige Annuntiadenklooster die de Maatschappij [van Christelijke Liefdadigheid - WS] reeds in 1827 had aangeschaft. Aan de Rodestraat zal het klooster worden gebouwd dat in rechthoek moet aansluiten op de nieuwe kapel en het godshuis.
    9 juli 1841 wordt in de kelder van het nieuwe gebouw de eerste steen gelegd (...). [Ooms 2000, p. 15]

 

  • Begin jaren zestig [van de 20ste eeuw - WS] voldoet het gesticht niet meer aan de normen van de staat. De Maatschappij van Christelijke Liefdadigheid verkoopt het gebouw met de erachterliggende tuin aan de stad. Het geheel wordt bij de stedelijke technische school gevoegd, (...).
    De zusters moeten het gesticht verlaten en omdat de Maatschappij ook het beheer van het klooster in handen heeft komt het voortbestaan ervan in het gedrang. De kloostergemeenschap verlaat het klooster en het complex wordt door de paters jezuîeten aangekocht. Het klooster en de kapel worden in 1969 afgebroken om plaats te maken voor een nieuw complex van de UFSIA (...). [Ooms 2000, p. 17-18]