Onze-Lieve-Vrouw met Kind [verdwenen] - hoek Boeksteeg (cf. Nationalestraat) en Sint-Antoniusstraat

1753, verdween in 1878

0000 temp278 geen-afb

De Nationalestraat, verbinding tussen het stadscentrum (Groenplaats) en de nieuw te ontwikkelen wijk op het Zuid na de sloop van de Citadel, werd op het tracé van de Boeksteeg getrokken omstreeks 1878.
De op de voormalige Boeksteeg uitkomende zijstraten werden daarbij ingekort en de bestaande bebouwing gesloopt.

Tal van Madonna's op de straathoeken sneuvelden hierbij, zo ook deze op de hoek van de Sint-Antoniustraat. Een beeld dat uit het Ancien Régime stamde (1753) en na de Franse periode werd herplaatst.
In 1878 werd het door de bouwaannemer Pierquin afgenomen en als waardeloos verkocht 'aan een voddenwijf'. Gespaard bleef toen de wel waardevol geachte lantaarnarm en de sieraden.

 

Thyssen (1902 en 1922) heeft inzage gehad in de twee registers of 'memorieboeken' van het geburengenootschap, en citeert er omstandig uit.

 

 

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, onvermeld; Stroobants, f° 142-143
  • Iconografie: onbekend
  • Literatuur: Thyssen 1902, p. 215-218; Thyssen 1922, p. 212-214
  • Referentie: vkb1.1147

 

Zie ook:

 

 

Teksten:

  • 21 october (1878). Is men beginnen aan 't afbreken van dry huizen op den hoek van de Boeksteeg en in de St. Antonius straat, op dien hoek stond een O.L.V. Beeld, alwaar op Lieve Vrouwedagen zilvere kroon en septer, en vaantiens tot versiering werd aangedaan: Dewijl dat beeld, door slegt bestel, op voorhand bij de schatting van het huis, niet besproken was behouden te worden, zoo is het den eigendom van den afbreker (Pierquin) geworden, die het op 22 october afgedaan heeft en verkogt aan een voddewijf, voor eenige francs; maar den yzeren arm, daar de lantern aanhing wilde hij niet verkoopen, dat was een fraey antiek stuk, met in yzer geslagen loof en bloemen. Zoo van dat alles, word bij goede lieden nog bewaart het zilver en de vaantiens.
    [Petrus Stroobants, 'Historischen Klis Klas van St. Andries'. Handschrift (1859-1882), Archief Sint-Andrieskerk Antwerpen, zonder referentienummer, f° 142-143]

 


 

  • Sint-Andriesparochie (verdwenen beelden))

    Boeksteeg en St-Antoniusstraat. - 177. O. L. Vrouw. - In de oude Boeksteeg, thans Nationalestraat, waren er eertijds wel twaalf O. L. Vrouwebeelden te zien.

    In 1753 stelde men een schoon Mariabeeld op den hoek der St-Antoniusstraat. Het voerde den titel van O. L. Vrouw van Bijstand en Victorie, zooals het meer gebeurt in St-Andriesparochie, waar eene beroemde broederschap onder denzelfden titel is opgericht sedert 1688, uit dankbaarheid om de zegepraal op de Turken behaald.

    In 1768, vierde het genootschap reeds het jubelfeest van vijftienjarig bestaan. Zeven schilderijen, talrijke vanen en zilveren kandelaren werden gehuurd tot het versieren van het altaar, dat men onder het beeld plaatste, en dat waarschijnlijk ook tot rustaltaar diende tijdens de processie van St-Andries, want men spreekt van 'bloemen voor het Venerabel'; timballers en trompetters stonden, op den doortocht der processie, bij het altaar, dat gedurende een paar nachten bewaakt werd door twee soldaten.
    In het begin van het rekeningboek lezen wij eene schoone opdracht aan Maria:
    "Opdracht aen de Alderheiligste Maget en Moeder Godts Maria.
    Wie dient tot Godes behaegen
    desen Boeck al-hier op gedragen
    dan aen u Maria soet
    want van u komt ons alle goedt
    eva heeft ons al verloren
    oock eer wij waeren geboren
    maer door û sijn wij ontbonden
    en verlost van alle sonden
    eva heeft den dood gegeven
    aen ons al, maer gij het leven
    gij, Maria hebt ons al
    opgeheven van den val
    als God selfs uijt 's hemels zaelen
    hier heeft komen neder-daelen
    om door û te worden Menschen
    is vervult al onsen wensch
    dit dient dan tot û glorie
    Maria van Bijstandt en Victorie
    toont dat gij in allen tijd
    ons tot troost en bijstandt zijt."

    Voor elk der zeven bijzonderste Marlafeesten binnen 't kerkelijk jaar, hadden de confreers een lofdicht in hun memorieboek doen plaatsen.

    Ziehier een der zeven ingeschreven lofdichten:
    "LOF-DICHT op de geboorten van de Alderheiligste Maghet ende Moeder Godts Maria.

    Maria ons princes, voorseydt van veel propheten
    die Maeght die baren soû, God, eeuwigh ongemeten
    was van der eeuwigheyt geschickt voor godts soon
    noyt isser keyserin geraeckt tot hooger throon.
    Stelt schatten, eer en kroon, en schepters bij malkander
    van alle koningen en macht van alexander
    veel grooter is den schat bereydt voor dese Maeght
    eer dat sij was gebaert, heeft sij aen God behaeght
    sij was al onbevleckt, ontfangen sonder smetten
    gebooren om het hooft van 't helsch serpent te pletten
    sy was van God begaeft, vervult met sijne kracht,
    die haer tot sijne bruyd en Moeder heeft verwacht.
    Godts Vaders eeuwigh woord meest in de maget daelen,
    en worden vleesch in haer, en soo voor ons betaelen
    om adams sondigh saedt te trecken uijt het slijck
    der sonden tot de deught, en, tot het hemel-rijck,
    hoe suyver was de Maeght geboren, om te baeren
    den heer der suijverheijt, wat geest kan dit verklaeren
    de engels altemael, met hemelsoet geluyt
    vereerden die geboort' van dese suijver spruijt.

    Het genootschap, zooals nog dergelijke in de stad, hield twee registers; het eene voor hetgeen het beeld aangaat, het andere voor het tijdelijke des genootschaps, namelijk voor de regeling der broederlijke feestdischen.

    Om des te beter eensgezind te blijven in hun godvruchtig genootschap, dachten die brave lieden, dat het pastte, van tijd tot tijd, te vereenigen op eene van die vroolijke en deftige feesten, die men vroeger te Antwerpen zoo gulhartig vierde. Dat men daar een ferm brokje profiteerde, hoeft niet gezegd te worden; men oordeele daarover met eenen oogslag te werpen op de volgende rekening, die wij in het register aantreffen op het jaar 1781. Er is hier zaak over een feest, dat drie dagen lang duurde, en waaraan 42 confreers deel namen.

    Rekening 1781.
    20 pont Calfs gebraedt … 4 | 10
    33 " gesouten vleesch … 5 | 15 1/2
    14 " Carmenaeden … 2 | 9
    12 " fricadellen … 3 | 14
     7 " verkensworsten … 1 | 15
    een hesp van 12 3/4 … 2 | 17
    een stuck geroockt vleesch van 8 pont … 2 | 0 </p.213>
    8 1/2 hollansen Caes … 1 | 12
    38 brooden van 10 oortiens en 2 roggen van 3 1/4 … 5 | 1 1/2
    13 pont boter … 3 | 14 3/4
    112 eijeren … 1 | 10
    7 potten herten … 1 | 4 1/2
    savoeyen en salaet … 2 | 10
    den eersten dag sijnder geweest 54 potten lovens 29 potten antwerps … 9 | 13
    in den 2 dag --- 72 potten lovens en 18 potten antwerps  10 | 16
    in den 3 dag - 30 potten lovens en 12 potten antwerps … 4 | 19
    De som van 70 | 13

    Er dient bijgevoegd, dat voor die smeer, gelijk men het noemde, eene afzonderlijke kas bestond, waarin de confreers van tijd tot tijd het hunne stortten om het feest te bekostigen.

    In 1784 deed men groote onkosten voor de versiering van het beeld. Men betaalde aan twee zilveren kronen:
    14 honsen en 4 engelse tot 10 shellingen en 1 oorden de honse … 50 | 18 1/2
    item voor fatsoen … 26 | 0
    " voor eene zilveren zon met 6 sterren … 8 | 9 3/4
    " voor fatsoen … 7 | 0
    " voor vergulden der zon … 0 | 4
    en voor verzilveren … 2 | 2
    98 | 14 1/4

    Gelijk menig andere, verdween O. L. Vrouw van Bijstand tijdens de overheersching der Fransche uitbuiters, en het was maar in Oogst 1820, dat zij op hare plaats terug kwam. In 1828, vierde men de 75-ste verjaring van het bestaan des genootschaps; het was dan dat men eenen kostbaren mantel van 30 gulden aan het beeld offerde. Eindelijk, in 1878, met de verbreeding der Boeksteeg, verdween de onderhavige beeltenis.

    [Thyssen 1922, p. 212-214]