H. Rochus [verdwenen] - Bontemantelstraat 6 [verdwenen]

Antoon Saeyens (Sayens; Saeijens), 1866

2017-01-31 dsc 0501 c96

In 1866, het jaar van een grote cholera-epidemie, vragen omwonenden aan de Oudevaartplaats om op de gevel van de naburige Bontemantelstraat 6 een beeld van de H. Rochus te mogen aanbrengen. Het beeldhouwwerk wordt hierin expliciet vermeld als vervaardigd door beelhouwer Saeyens.

Op 13 oktober 1944 werd de hele buurt zwaar getroffen door een V-bominslag. Er vielen 71 doden en 81 gewonden en 40 huizen werden vernield, 45 onherstelbaar beschadigd, 53 ernstig beschadigd en 260 licht beschadigd. Bij de herinrichting van dit verwoest stadsdeel en de bouw van de Stadsschouwburg aan het  Theaterplein, verdwenen hier Kanonstraat en Bontemantelstraat als straat.

 

 

 

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 12 r°]; SAA, 1866 # 713
  • Iconografie: onbekend
  • Thyssen 1902, p. 313; Thyssen 1922, p. 260-261
  • Referentie: vkb1-0545

 

Boven en onder, details uit de bouwaanvraag (SAA, 1866 # 713)

2017-01-31 dsc 0499 c961

 

 

 

Teksten:

7 7br [1866]
Mijnheer den Burgemeester en Schepenen
De geburen uit de Bontemantel straet nemen de vrijheid aen ULiede de premissie (sic - WS) te verzoeken voor het plasseeren van eenen H. Rochus welke zal geplaets worden door den Heer Sayens Beeldhouwer op het huis N° 6 in de Bontemantel straet van Mijnheer De Groof; Het beeld zal tusschen de twee raemen geplaets (sic - WS) worden op de hoogte van 4 Meters en 30 Centimeters.
Hopende dat ULiede aen ons verzoek zult toe stemmen en ons een spoedig antwoor (sic - WS) zult zenden, noemen wij ons
Uw Liede dienaer
De Groof en Consoorten woonende op de oude vaertplaets s° 3 N* 23.

SAA, 1866 # 713

 —

Administration Communale d'Anvers
Bureau de l'Architecte
Travaux
Anvers, le 15 7bre 1866

Messieurs,
En vous renvoyant les pièces cijointes que vous m'avez transmises pour examin, j'ai l'honneur de vous informer que je serais d'avis d'autoriser le placement d'une statue de la Ste Vierge au dessus de l'allée de begaerde et d'une autre de St Roch dans la rue de la pelisse à l'endroit indiqué.
Veuillez agréer, Messieurs, l'assurance de mes sentiments distingués
L'Architecte de la Ville
(sign.) P. Dens

A Messieurs les Bourgmestre et Echevins de la Ville D'Anvers

SAA, 1866 # 713

 —

2e Bureel, N° 4/c
Policie der bouwingen

Stad Antwerpen
Het Collegie van Burgemeester en Schepenen,
Gezien het verzoekschrift door M. De Groof en consoorten
...
Geeft oorlof om
tegen den gevelmuur van het huis n° 6 in de Bonte Mantelstraat een Sint Rochus-beeld te plaatsen, op de volgende voorwaarden:
1° Het voetstuk van het beeld zal op 's minstens 3m50 hoogte boven de kasseijing gevestigd zijn.
2° Het zal niet meer dan 0m50 uitsprong hebben te meten van de buitenzijde tot tegen den gevelmuur van het huis; het zal daarenboven, alsook het beeld, stevig in den muur gehecht worden opdat noch de wind noch aanige andere oorzaak dezelve zoude kunnen doen vallen.
3° De lanstaarnstang zal niet meer dan 0m50 uitsprong buiten den gevelmuur mogen maken, en de lantaarn zal derwijze geplaatst zijn dat hij buiten het bereik der hoogste rijtuigen blijft.

[26/09/1866]

SAA, 1866 # 713

 


 

  • Bonte Mantelstraat. Een fraei Rochus beeldeken met schoonen troon. In 1866 vervaardigd door A. Saeyens. [Hs1491, f° 12 r°]

 


 

  • Sint-Augustinusparochie (bestaande beelden)
    Bonte Mantelstraat. – 292. H. Rochus: 1e. Tijdens de choleraplaag van 1866, werd hier een St. Rochusbeeld geplaatst op kosten van een milddadig buurman; het werd gebeiteld door den H. Saeijens. Zijne dankbare geburen vereerden hem te dier gelegenheid met eenen zilveren gedenkpenning. (...). [Thyssen 1902, p. 313]

 


 

  • Sint-Augustinusparochie (bestaande beelden)
    Bonte Mantelstraat. – 382-385. Vier beelden. – 1. Tijdens de choleraplaag van 1866, werd hier een St-Rochusbeeld geplaatst met kunstvollen lichtarm, op kosten van eenen milddadigen buurman; het werd gebeiteld door den heer Saeijens. De dankbare geburen vereerden den begever met eenen zilveren gedenkpenning. (...). [Thyssen 1922, p. 260-261]