Onze-Lieve-Vrouw met Kind, ‘Onze-Lieve-Vrouw der Stilte’ - Paardenmarkt z.nr. (ter hoogte van nr. 89)

Bruno Gerrits (1922) naar een verloren origineel toegeschreven aan Artus (I) Quellinus, 1922, natuursteen 
2013-08-14 DSCF4996 c96

Op de voormalige pompzuil zit Maria, ongebruikelijk met gekruiste benen, en met een voet op de slang. De naakte Jezus heeft eveneens zijn linkervoet op de slang gezet en houdt een kruisstaf (verdwenen) in zijn hand waarmee hij de slang doorsteekt. Het beest spert de bek open als in een kreet van pijn. Maria, de mantel om het hoofd, zet ondertussen haar goddelijke Zoon als beloning een bloemenkrans op het hoofd: een uitzonderlijke voorstelling.

 

De recente geschiedenis van dit beeld is goed gekend, maar graaft men verder naar de oorsprong wordt alles wel wat troebel omwille van de elkaar (schijnbaar) tegensprekende historische getuigenissen. In de oudste vermelding van een beeld op de Paardenmarkt, te vinden in het 'Oud-Konst-Tooneel ...' van J. Van der Sanden (ca. 1771), wordt hier een werk van Walter Pompe vermeld, een 'Maria Onbevlekt Ontvangen'. <noot 1> Hiervan bestaan geen verdere gegevens. Pieter Jozef De Cuyper weet in 1865 te melden dat het pijlerbeeld op de pomp van de Paardenmarkt zich vroeger bevond in het voorhof van de kapucijnenkerk in dezelfde straat, <noot 2> hier gaat het wel degelijk om de voorganger, het origineel, van het actuele beeld. Deze zittende Madonna is immers in 1921 (en nogmaals in 1977) bij een auto-ongeval omvergereden en hierna door een kopie van Bruno Gerrits (1881-1971) vervangen. Bij de plaatsing ervan in 1922, verhuisde men veiligheidshalve pijler en beeld van de straatweg zelf naar een plaats op de stoep verderop.

 

 

Voor deze sculptuur bestaan er tal van parallellen die alle verwijzen naar Artus (I) Quellinus (1609-1668). Van der Sanden beschrijft een verwant beeld als staande in de Kronenburgpoort, <noot 3> er is een bozzetto voor een beeld in het Museum voor Schone Kunsten in Rijsel (MBA Lille, Frankrijk), een tekening bij Sotheby's geveild in 1973 en een kopie van een werk aan de Groenplaats 22, vervaardigd naar een in 1870 geplaatst beeld in de Keistraat 20. <noot 4>
Enkel het beeld van de in 1803 gesloopte Kronenburgpoort komt qua voorstelling overeen, de andere vermelde werken zijn varianten op zo'n zittend beeld van Maria met Kind. Hypothetisch zou kunnen verondersteld worden dat het Quellinusbeeld van de Kronenburgpoort na de sloop verhuisde naar de kapucijnenkerk. <noot 5> Het hoger vermeld beeld van Walter Pompe zal mogelijk in de Franse periode zijn verdwenen en in 1814-1815 niet zijn vervangen, zodat de pompzuil nabij de Hessenbrug een poos leeg bleef. In de eerste helft van de 19de eeuw kan dan de zuil voorzien zijn van het Kronenburgpoortbeeld via een passage bij de kapucijnen.

2006-01-15 9586 c96

 

• <noot 1> Werk van Walter Pompe: “Hier op de Peerdemerkt, aen bruggen, poort en straeten, door zijn hand belden staen, als openbaer cieraeten. Tot meerder eer van God: tot lof der Moeder-Maegd, dat zoo tot spiegeling, als glans der konst behaegd. Namentlijck de Onbevlekte Ontfangenis boven de pomp op de Peerdemerkt.” (SAA, Privilegiekamer 172-2, f° 446)

• <noot 2> “Paardenmarkt. Boven de pomp. Onder eenen houten kap. Een zeer kunstig zittend O. L. Vrouwen beeld, met Kindje Jezus voor haar staande. Dit L. Vrouwen beeld heeft ten allen tijde de bewondering der kunstminnaars opgewekt. Vervaardigt door Artus Quellin. Dit O. L. V. beeld versierde vroeger de voorplein der St Antonius kerk, op een verheven steenen voetstuk, toen deze kerk nog aan de Paters Capucijnen toehoorde. Medegedeeld door mijnen vriend P.J. Decuyper, 1865.” (Hs1491, [f° 5r°]). - Zie ook Cuyper 1924-1925, p. 360.

• <noot 3> Bij de behandeling van het werk van Artus (I) Quellinus schrijft Van der Sanden: “Aen Croonenborg-poort men dagelijks kan beschouwen het beld der Moeder-Maegt in hard steen uijtgehouwen die met een bloemenkrans becroond haer liefsten kind dat van jongs af in ’t cruijs van lijden lasten vind.” (SAA, Pk 172/2, f° 491).

• <noot 4> Zie Baisier 2002, p. 116-117 en Gabriels 1930, p. 302. Philippot 2003, p. 835 reproduceert de Rijselse bozzetto.

• <noot 5> In 1805 herplaatste men in het voorhof van de Sint-Antoniuskerk de Calvarie van de vml. Kalkbrug (zie nr. 165, p. 179). Deze locatie was blijkbaar toen een wijkplaats voor gesloopte religieuze sculptuur. (Thyssen 1922, p. 249)

 

 

 

 

Archief en literatuur:

  • Archief: Hs1491, [f° 5r°]
  • Iconografie: Provincie Antwerpen, Dienst Erfgoed, dossier Onze-Lieve-Vrouwebeelden (bundel ongenummerde foto’s) foto, ca. 1890; Archief VKB, foto ca. 1890
  • Literatuur: Thyssen 1902, p. 302; Thyssen 1922, p. 253-255; Bouwen 3nb 1979, p. 379; Schepens 1981, p. 25, 45; Ruyssevelt 2001, p. 78-79; Madonna 2002, p. 107-108, 116, 162; Madonna 2010, p. 173, 175
  • Aanvullende literatuur: Cuyper 1924-1925, p. 360 (“Op de pomp, op de Paardenmarkt, is eene zittende O. L. Vrouwbeeld met het kindje Jezus, staande voor haar. (Het is) een meesterstuk van Artus Quellin, den Jonge, voortkomende uit het klooster der Paters Capuciene, Paardenmarkt.”) - Gabriels 1930, p. 302 (“1645. Bozetti, Tronende madonna, Museum Ryssel, h. 0 m. 53, br. 0 m. 35.” en “Atelier, Tronende madonna naar het vorig, Paardenmarkt, Antwerpen, steen (door Gerrits, naar het originaal gebeiteld).”) - Philippot 2003, p. 835 (fig. 3)
  • Referentie: vkb1.0118